Als je een zak BOOT-koffie opent, zie je een herkomst, een smaakomschrijving en een glimp van ons verhaal. Wat je niet ziet, zijn de dagen onderweg. Het wachten.De momenten waarop je besluit om iets nog niet te doen. En juist daar (ver weg van de verpakking) wordt bepaald waarom onze koffie zo is zoals hij is. Mijn reis begon in een ietwat grijs Amsterdam en eindigde na een lange vlucht en een tijdverschil in Yogyakarta. Moe maar gelukkig niet minder enthousiast stapte ik het vliegtuig uit. Op het vliegveld werd ik opgehaald door Adri, exporteur van exportbedrijf Ontosoroh en vaste partner in Indonesië. Voor iedereen die onze Java Indonesië (espresso) drinkt: een groot deel van die koffie begint bij zijn werk en zijn contacten daar.

Wat veel mensen niet weten, is dat een koffiereis een beetje lijkt op vakantie met kinderen naar Zuid-Frankrijk. Alles staat of valt met omstandigheden waar je maar beperkt grip op hebt: het weer, de afstand, het vervoer. Alleen is "even omrijden" hier geen half uur extra maar soms een hele dag. Regen betekent wachten. Regen betekent aanpassen. Soms betekent het: vandaag geen bezoek aan de koffiefarm, morgen misschien wel. Soms betekent het dat koffies te nat zijn om te proeven. En soms betekent het dat je uren in de auto zit om uiteindelijk weer om te draaien. Net als bij goede koffie geldt ook hier: kwaliteit laat zich niet haasten.

Richting het koffiegebied…

Vanuit de stad rijd je langzaam richting het koffiegebied. Het wordt stiller. Groener. Heuvelachtiger. In Java voelt die overgang bijna vanzelfsprekend.Mijn eerste bezoeken waren aan de Koyojo-coöperatie en de plantages in de Sindoro-bergen. Geen grote estates, maar veel kleine boeren met elk hun eigen stuk land. Koffie groeit hier nooit alleen. In Sindoro staat hij tussen allerlei andere gewassen: tabak, kaneel en daaronder weer paprika’s, pepers en andere planten. Alles groeit door elkaar. Het oogt misschien rommelig maar juist die gelaagdheid maakt het landschap veerkrachtig en beter voorbereid tegen onverwachte weeromstandigheden. Wat me dit jaar vooral opviel, was hoe er met de bodem wordt omgegaan. Minder techniek, meer maaien. Het gemaaide groen blijft liggen als bescherming en voeding voor de grond. En bij de coöperatie komt die koffie samen: daar wordt hij verzameld, verwerkt en verder begeleid richting export.

De Sindoro bergen

We vervolgden onze weg naar Sunda Tilu, in het westen van Java, niet ver van Bandung. Een grote stad, maar hoe verder je reist, hoe stiller en kleinschaliger het wordt. Sunda Tilu is een groep boeren onder leiding van Assep Rukman. Een man die zijn werk met aandacht en beleid doet. Hij heeft meerdere koffieplantages en is de afgelopen jaren rustig gegroeid. Onder andere met de aankoop van een nieuwe plantage op 1700 meter hoogte. Een bewuste stap die past bij hoe hij zijn bedrijf runt. Stap voor stap. Zonder haast.

Asep werkt met gewassen koffies, met speciale loten en met giling basah, semi-washed wet hulled. Sinds wij zijn koffie afnemen, produceert hij meer washed koffie. Dat sluit beter aan en levert hem ook meer op. Die zorgvuldigheid zie je terug in de kop. De koffies zijn helder en clean, met veel detail in het smaakprofiel. De aciditeit is verfijnd en in balans. Gewoon echt goede koffie.

Proeven is niet het werk. Kiezen is het werk.

Natuurlijk wordt er gecupt. Tafels vol kopjes. Met Adri en Wahyu van de coöperatie. Maar cuppen is hier geen checklist maar een gesprek. Waarom proeven we wat we proeven? En wat zit hier achter? Uiteraard met hier en daar een slokje water om het pallet te spoelen. Aangezien dit niet de oogstperiode in Java was proefden we vooral eerdere oogsten en koffies die al vastlagen. Maar dat mocht de pret niet drukken; triple fermentaties . Experimentele loten. Zelfs Robusta’s die steeds beter worden nu Arabica het klimaat zwaarder krijgt. Het leuke aan deze vorm van koffie-onderzoek is dat je niet alleen bewuster en duurzamer inkoopt maar ook al kan dromen van wat er op een later moment meer kan.

Cultuur en deals gaan hand in hand…

In Java en Sumatra is eten geen pauze van het werk. Het ís het werk. De dag wordt hier niet alleen ingedeeld rond afspraken maar rond vaste rustmomenten. Vijf keer per dag wordt er gebeden. Dat zie je ook terug aan tafel. Ontbijt is warm. Lunch is uitgebreid. Avondeten is zelden gehaast. Waar wij in Nederland een half uur plannen nemen ze hier rustig anderhalf uur. Niet omdat niemand haast heeft maar omdat samen eten onderdeel is van hoe je vertrouwen opbouwt. BOOT staat voor een goede relatie met onze boeren, eentje die verder gaat dan het kennen van elkaars namen en gezichten maar de diepte opzoekt door open te staan voor leren en het erkennen van wat een vakmanschap koffie werkelijk is. In Nederland sluiten we een deal en gaan we daarna uit eten. Hier werkt het andersom. Wie te snel over volumes en prijzen begint mist de kern. Door mee te bewegen (te eten, te wachten, te luisteren) ontstaat ruimte. Voor eerlijkere gesprekken. En uiteindelijk ook voor betere beslissingen over koffie.

Optimaal zaken doen

De ramp in Sumatra

Tijdens mijn reis in Sumatra kwam ik midden in een grote overstromingsramp terecht: dagenlange regen, aardverschuivingen, afgesloten wegen en dorpen die geïsoleerd raakten. Koffie kon niet drogen, oogsten lagen stil en tegelijk zag ik van dichtbij hoe Ketiara en de gemeenschap zorgden voor elkaar — met opvang, voedsel en rust, terwijl alles onzeker was. Het was confronterend, indrukwekkend en bepalend voor hoe je naar koffie kijkt. Over deze periode en wat het met de mensen daar deed, vertel ik uitgebreider in de volgende blog...

Waarom we blijven gaan

Wat me misschien wel het meest bijblijft, is hoe vanzelfsprekend gemeenschap hier is. Ketiara en Rahmah (leider van Ketiara) zorgen voor hun mensen. In tijden van nood wordt er gedeeld. Eten, spullen, aandacht. Minder ik. Meer samen. Dat staat ver af van hoe individualistisch wij het vaak organiseren. En precies daar raakt het aan waarom we deze reizen blijven maken. Niet om verhalen te verzamelen. Niet om vinkjes te zetten. Maar om scherp te blijven. Om te blijven toetsen of wat we doen nog klopt. Om relaties te verdiepen en keuzes te blijven bevragen. De volgende keer dat je een kop BOOT-koffie drinkt, zie je dit allemaal niet. Maar het zit er wel in. In de aandacht. In het wachten. In het soms bewust níét kiezen. En uiteindelijk: in de smaak.